· 

Dag 32

Dag  32

 

Palas de Rei – Arzua

 

Na Palas de Rei kom ik aan in een klein gehucht bij een oud kerkje gewijd aan Santiago met daarvoor een cruzeiro, een stenen wegkruis typerend voor Galicia (foto 1).

 

Een half uur later kom ik aan in San Xulián do Camiño met een mooi romaans kerkje. De kerk is gewijd aan de heilige Julianus Hospitator of te wel Julianus de Herbergzame. Aan deze heilige is een bijzondere legende verbonden( foto 2).

Julianus is de oudste zoon van een ridder uit België die op een dag tijdens de jacht een hert besluipt.  Op het moment dat hij het dier met pijl en boog wil doden spreekt het hem toe. Hij zegt: 'zoals je mij wilt doden zul je eens je ouders doden'. Julianus schrikt en ontvlucht het bos. In het ouderlijk kasteel aangekomen grijpt hij het hoogst noodzakelijke bijeen  en vertrekt zonder afscheid te nemen. Hij denkt op die manier zijn noodlot te ontlopen.

Uiteindelijk komt hij aan in Spanje en treedt als ridder in dienst van een koning. Hij trouwt en gaat met zijn vrouw wonen in een kasteel. Op een dag gaat Julianus weer op jacht. Hij keert laat in de nacht terug, zonder jachtbuit. Als hij zijn slaapkamer binnenkomt ziet hij 2 mensen in bed liggen. De conclusie is al snel getrokken. Zijn vrouw heeft overspel gepleegd tijdens zijn afwezigheid. Hij trekt zijn zwaard en doodt beiden.

Als hij dan de slaapkamer verlaat ontmoet hij tot zijn grote verbazing zijn vrouw die hij zojuist denkt te hebben gedood. Zij begroet hem verheugd en vertelt dat er vandaag 2 bijzondere gasten zijn gearriveerd in het kasteel. Zijn ouders die al jaren naar hem op zoek zijn. En dat zij hen hun slaapkamer heeft aangeboden als slaapplaats. Dan dringt tot Julianus de gruwelijke waarheid door. En dat hij het voorspelde noodlot niet heeft kunnen ontlopen.

Julianus besluit dan om uit boetedoening zijn ridderschap neer te leggen en zich als herbergier aan een pelgrimsroute te vestigen. De herberg ligt aan een rivier en  Julianus verschaft mensen niet alleen onderdak maar zet ze ook als veerman over de rivier.

Op een dag komt er een melaatse man bij de oversteekplaats aan en neemt plaats in de boot. De man blijkt zo zwaar dat het bootje bijna dreigt te zinken. Maar met heel veel moeite weet Julianus de overkant te halen. In de herberg aangekomen zegt de man het heel erg koud te hebben. Julianus biedt hem dan niet alleen een bed aan maar gaat tevens naast hem liggen om het lichaam van de melaatse man op te warmen en loopt daarmee een groot risico van besmetting. Op dat moment maakt de man zich bekent als Christus en vergeeft hem de moord op zijn ouders.

Deze legende kent diverse varianten die zich op verschillende plaatsen afspelen. Bijvoorbeeld in Campello waar de San Pedro de la Nave staat waar men zelfs de sarcofaag laat zien waarin Julianus en zijn vrouw begraven zijn (foto 3 en 4).

Later heb ik nog een leuke ontmoeting met Wil uit Eindhoven. Ik had hem al eerder ontmoet in La Faba toen  ik daar met Ada, Beth en Mia zat te eten.

Ik vermeldde al eens dat veel mensen die de camino lopen naast de rugzak voor de reis ook nog een persoonlijk rugzakje met zich meedragen. Dat geldt ook voor Wil. Verbroken relatie, werkt als conciërge op een middelbare school maar ambieert toch wat anders. Kortom zoekende naar een ander leven.   Een ontzettend aardige man met een warme persoonlijkheid waarmee je een goed gesprek kunt voeren. Met Wil komt het wel goed, voor hem zal de tocht zeker een positieve wending in zijn leven betekenen ( foto 5).

 

 

Aangezien het vannacht flink heeft geregend is de tocht weer zwaar. De camino is soms een modderpoel en ook passage over de stenen van doorwaadbare plaatsen kan verraderlijk glad zijn( foto 6)