· 

Dag 31

Portomarín – Palas de Rei

 

Wat zowel gisteren als vandaag opvalt is dat het aantal wandelaars enorm is toegenomen. Iemand die de laatste 100 kilometer wandelt krijgt een diploma alsof hij of zij de gehele route van de Camino vanaf de Pyreneeën heeft gelopen. Voor fietsers geldt dat zij de laatste 200 kilometers moeten hebben gefietst.

Het leidt tot soms enigszins potsierlijke toestanden. Barretjes en restaurantjes die klanten proberen te lokken met de mededeling dat je daar een stempel kunt krijgen voor in het paspoort. Je ziet mensen aankomen rustig pendelend op een E-bike. Taxi's die heen en weer pendelen. Er rijdt zelfs een buspendeldienst langs de route.

Over diploma-inflatie gesproken. Wie houdt nu wie voor de gek.

 

Philip die ik tegen kom maakt zijn reputatie van grumpy Philip weer waar. Hij moppert: “ we zijn vies, stinken, ongeschoren, vermagerd en zien er niet meer uit. Die nep perigrinos hebben nieuwe, schone kleren, schoenen en rugzakken.

En dat krijgt toch een pegrimsoorkonde. 

 

Maar na een uurtje lopen merk je van de drukte niet veel meer. De dagroute is lang, loop je snel door dan laat je snel de massa achter je en is het weer rustig.

 

Het Galicische landschap blijft fantastisch om doorheen te wandelen. Het doet mij herinneren aan het gematigde regenwoudklimaat in British Columbia en Ierland. Bomen begroeid met mossen, de muurtjes langs de wegen ook helemaal overdekt met mos, gras en andere planten. En heel veel vingerhoedskruid.